Domtoren

De Domtoren, het symbool van Utrecht én de trots van de stad. Met zijn 112 meter en 32 centimeter is de Dom de hoogste kerktoren van Nederland.

Als u bovenop de Dom staat, hebt u het meest fantastische uitzicht over de stad. Op heldere dagen kunt u zover kijken als Rotterdam, Den Haag, Amsterdam en de Utrechtse Heuvelrug.

U kunt de Domtoren het hele jaar door beklimmen. Echt een aanrader wanneer u Utrecht bezoekt of er woont.

De toren zelf, het uurwerk, carillon en speelwerk staan op de Rijksmonumentenlijst.

De bouw van de toren

In 1320 is met de bouw van de toren begonnen. Eerst is de bouwput gegraven voor de fundering. Een jaar later is onderin het fundament de eerste steen gelegd, ook wel stichtingssteen genoemd.

De toren is grotendeels gebouwd volgens het plan van de eerste bouwmeester: Jan van Henegouwen. Hij kreeg, zoals alle bouwmeesters van de Dom, al snel de bijnaam Jan van den Doem.

Eerste bouwperiode

De eerste bouwperiode duurde van 1320 tot 1328. De toren was toen klaar tot aan de vloer van de Egmondkapel. Van 1328 tot waarschijnlijk 1345 lag de bouw stil.

Tweede bouwperiode

De tweede bouwperiode begon omstreeks 1345 en duurde tot 1360. In deze periode was Jan van Henegouwen waarschijnlijk nog steeds de bouwmeester van de Dom.  Na het overlijden van Jan van Henegouwen, werd In 1356 de Brabantse Godijn van Dormael benoemd als nieuwe bouwmeester.

Van Dormael had al veel ervaring opgedaan bij de bouw van de Lambertuskathedraal in Luik. De verandering van bouwmeester is onder meer te zien aan de hoek van de traptreden van de wenteltrap.

Omstreeks 1360 vertrok Van Dormael alweer naar Luik. Rond deze tijd moet ook het oorspronkelijke bouwplan zijn aangepast. In het eerste plan zou de Domtoren een hoge opengewerkte spits van natuursteen krijgen. Door constructieve problemen werd besloten een lage houten spits bovenop de achthoekige, open lantaarn te zetten. Daarmee zou de Domtoren zijn huidige, zo kenmerkende uiterlijk krijgen.

Laatste bouwperiode

De laatste bouwperiode stond onder leiding van Jan van den Doem II. In deze periode is de hoge achtkantige lantaarn gebouwd. Nadat omstreeks 1380 de houten kap er bovenop was gezet, is het gewelf bovenin de lantaarn afgemaakt. Als laatste werd de windvaan met Sint-Maarten er bovenop geplaatst. De windvaan is verguld met bladgoud.

In 1382 was de toren klaar. Dat was een knap staaltje werk. Zonder de bouwpauzes meegerekend is de toren in ongeveer 35 jaar gebouwd.

Hoogste kerktoren

Met 112 meter en 32 centimeter is de Dom de hoogste kerktoren van Nederland. In het fundament van de Domtoren is nog een grote kelder. Daar bovenop staat het eerste vierkant met de grote doorgang. Dit vierkant is 38,6 meter hoog.

Het tweede vierkant is 29,48 meter hoog. Bovenop het 2de vierkant staat de achthoekige lantaarn. Deze is 26 meter hoog. De bovenste omloop ligt dus op bijna 95 meter hoogte.

Met de spits is de toren 106,75 meter hoog. De windvaan maakt de toren 112 meter en 32 centimeter hoog.

Baksteen en natuursteen

Voor de bouw is veel baksteen gebruikt. Daarnaast zijn verschillende soorten natuursteen verwerkt. Het materiaal werd aangevoerd over de grote rivieren als de Rijn. Uiteindelijk werd het bij de Maartensbrug aan de Oudegracht afgeleverd.

Een kraan hees de stenen op de kade. Op grote sleeën met paarden ervoor brachten werkmannen de stenen via de Servetstraat naar de bouwplaats.

Grote storm

Op 1 augustus 1674 raasde een zeer zware storm over grote delen van Noordwest-Europa. De storm kwam met zulke zware windstoten dat heel veel Utrechtse kerken en gebouwen zwaar beschadigd raakten. Ook het schip van de Domkerk stortte in. Opvallend genoeg had de Domtoren vrijwel geen schade.

Helaas was er geen geld om de Domkerk te herstellen. Het deel van de kerk dat nog overeind stond, is het dichtgemetseld. Zo konden de kerkdiensten doorgaan. Het dichtmetselen is betaald met de verkoop van de materialen van het ingestorte kerkschip. De kale ruïne die daarna overbleef, werd pas in 1826 weggehaald. Toen pas ontstond het huidige Domplein. Sindsdien staan de kerk en toren los van elkaar.

Sloop of herstel

In 1836 was er opnieuw een grote storm, waarbij een deel van de lantaarn instortte. Door slecht onderhoud was de toren namelijk erg bouwvallig geworden. Dat was heel gevaarlijk. De gemeente twijfelde tussen sloop en herstel. Slopen was duurder. De toren is daarom tussen 1836 en 1841 weer opgeknapt.

Renovaties

In 1901 startte weer een grote restauratie, die uiteindelijk tot 1931 zou duren. Die restauratie begon bovenaan. Er is toen langzaam naar beneden toegewerkt.

Om de Domtoren weer goed toegankelijk te maken via de bisschopstrap, heeft de heer G.W. van Heukelom een ontvangstgebouw ontworpen. Van Heukelom is ook de architect van ‘de inktpot’, het hoofdkantoor van de NS in Utrecht.

Met het ontvangstgebouw van Van Heukelom werd de bisschopstrap net als vroeger weer de hoofdingang voor de Domtoren. Het gebouw in de stijl van de Amsterdamse School is vandaag nog steeds in gebruik.

Sinds het ontvangstgebouw er staat, onderhoudt de gemeente de toren. In de jaren zeventig van de vorige eeuw is de toren helemaal gerenoveerd. De klokkenstoel van het carillon is toen vernieuwd. De klokkenstoel is het houten frame waar de klokken in opgehangen zijn.

Restauratie

De Domtoren is nu opnieuw aan de beurt voor groot onderhoud. Dat is gebleken uit inspecties van Monumentenwacht. Er is ook een onderzoek gedaan naar de staat van de toren. De restauratie is in 2018 begonnen. Lees meer over de restauratie Domtoren.