Werven

Op de werf bij de Ganzenmarkt stond vanaf 1402 de stadskraan. Daarmee werd de handelswaar van de schepen overgeladen op karren. Afbeelding: het Utrechts Archief

De Utrechtse werven dateren uit de Middeleeuwen en hadden toen de functie van haven. De Oudegracht zoals we hem nu kennen werd grotendeels in de twaalfde eeuw gegraven. Handelaren gebruikten dit kanaal voor de aanvoer van goederen.

In het begin werden de spullen vanaf de kade de oever opgesleept en vervolgens aan de andere kant van de straat naar beneden gesjouwd naar de huiskelders, die als opslagruimte dienden. Op een dag maakte een slimme handelaar een tunnel vanaf de kade direct naar de huiskelder. Zo kon de handelswaar gelijkvloers worden versleept. De tunnels werden steeds breder en dienden zelf ook als opslagruimte. Zo ontstonden de huidige werfkelders.

Die eerste Utrechtse werfkelder werd waarschijnlijk in de tweede helft van de twaalfde eeuw gebouwd, daarna volgden er meer. Rond 1500 was het karwei langs de Oudegracht min of meer geklaard. Vanaf die tijd vormden de werfkelders 1 lange rij aan beide zijden van de gracht. Met die werven en werfkelders had het laatmiddeleeuwse Utrecht een bijna 2 kilometer lange haven dwars door de stad heen. Met kades van dus bijna 4 kilometer lang.

Tekening van de Drift
Gezicht op de Drift in Utrecht vanuit het zuiden, met links het hoekhuis op het Janskerkhof en rechts de huizen van de oostelijke straatwand. Fotoreproductie van een anonieme tekening. Afbeelding: het Utrechts Archief

Nieuwegracht

Tussen 1391 en 1393 werd ten oosten van de Oudegracht de Nieuwegracht gegraven. Deze was niet zozeer voor de handel bedoeld, maar meer voor een goede afwatering en bevoorrading van de daar gelegen huizen en kloosters.

Ook hier werden werven en werfkelders gebouwd. Op bepaalde delen van de Nieuwegracht, die tegenwoordig Kromme Nieuwegracht, Drift en Plompetorengracht heten, was de gracht zo smal dat er geen werven gemaakt konden worden, waardoor de werfkelders direct aan het grachtwater grensden.

Alle werfkelders waren aanvankelijk particulier eigendom. Door de vele eigenaren en de verschillende tijdstippen waarop ze zijn gebouwd, zagen de werven er vroeger compleet anders uit en is elke werfkelder uniek.

De gemeente Utrecht kreeg de meeste werven vanaf 1948 in bezit (dus niet de achtergelegen kelders). Daarna is de gemeente begonnen met het herstellen van de werven en werfmuren. Erfafscheidingen werden verwijderd en er ontstond ‘een openbare straat’ beneden aan de werf die voor het publiek toegankelijk werd.

Herstel van meer dan 700 werfkelders

Ook veel werfkelders waren dringend aan herstel toe. De kelders waren erg vochtig en daarom moeilijk te gebruiken. Om dat probleem op te lossen, zijn verschillende particuliere eigenaren een samenwerkingsverband aangegaan met de gemeente. Vervolgens is begonnen met het herstel van de werfkelders, die tegelijkertijd waterdicht werden gemaakt. Vrijwel alle kelders aan de Oudegracht, Nieuwegracht, Kromme Nieuwegracht, Drift en Plompetorengracht kwamen aan de beurt. Bij elkaar meer dan 700 stuks, in 9 jaar tijd.

Walmuren zijn het jongst

De walmuren (de muren tussen de wal en het water) zijn nu van steen. Maar dat werden ze pas in het midden van de twintigste eeuw toen de gemeente eigenaar werd van de werven. Voor die tijd waren veel werven voorzien van een houten beschoeiing die als walmuur diende. De monumentale waarde van de walmuren is daardoor minder groot dan die van de werfmuren, die veel ouder zijn.

Lees de brochure Werk aan de werf (pdf, 2,8 MB) voor het verhaal achter de werven.