
Na de Tweede Wereldoorlog ontwierp de Utrechtse plantsoenendienst meer dan 200 speelplaatsen. Deze speelplaatsen boden kinderen een veilige plek om te spelen, maar maakten ook deel uit van een bredere visie op groen, wonen en de moderne stad. Ieder ontwerp werd afgestemd op de wijk waarin de speelplaats lag.
Nieuwe generatie groenontwerpers
In de jaren na de Tweede Wereldoorlog veranderde er veel in Utrecht. De stad breidde zich in hoog tempo uit en door het toenemende autogebruik konden kinderen steeds minder vanzelfsprekend op straat spelen. In 1954 traden Bram Galjaard (gemeentelijk tuinarchitect) en Johan Paulus van Alff (hoofd van de gemeentelijke afdeling Plantsoenen) in dienst. Zij kregen te maken met veranderende ideeën over groenontwerp. Hoewel voor de oorlog al werd nagedacht over recreatie in het groen, kreeg recreatie in de periode van Galjaard en Van Alff een centrale plek binnen het groenontwerp. De afdeling Plantsoenen realiseerde tussen 1954 en 1978 meer dan tweehonderd speelplaatsen, vooral in de nieuwe Utrechtse wijken. Deze speelplaatsen maakten deel uit van een nieuwe manier van denken over groen, wonen en spelen in de stad.
Een nieuwe vorm van spelen
Na de Tweede Wereldoorlog veranderden de ideeën over spelen. Speelplaatsen moesten niet langer alleen beweging mogelijk maken, maar ook de fantasie van kinderen prikkelen. Klimmen, klauteren en zelfs manieren van spelen ontdekken werden steeds belangrijker. De gangbare speeltoestellen, zoals glijbanen, schommels en wippen, boden daarvoor volgens de groenontwerpers te weinig mogelijkheden. Vanuit deze kritiek ontstond een nieuwe vormentaal. Een vroeg Utrechts voorbeeld is de speelplaats aan de Troelstralaan. Geometrische speelelementen, waaronder klimrekken, duikelrekjes en zandbakken, waren zorgvuldig over het terrein verdeeld. De speelplaats bestond daardoor uit een samenhangende compositie die verschillende vormen van spel mogelijk maakte.
De groenontwerpers vonden het bovendien belangrijk dat de speelplaatsen toegankelijk waren en aansloten bij de stedenbouwkundige opzet van de wijk. Dat is goed zichtbaar bij de speelplaats aan de Gasperilaan. Deze speelplaats lag tussen de hoogbouwflats en sloot met de rechte lijnen, eenvoudige vormen en open karakter aan bij de modernistische architectuur van de omgeving.

Bij zowel de speelplaatsen aan de Troelstralaan als de Gasperilaan ontbrak een duidelijke afrastering. Hierdoor kregen de speelplaatsen een open en toegankelijke uitstraling. Ook bleef toezicht vanuit de woningen en vanaf de straat mogelijk. De speelplaatsen maakten daarmee nadrukkelijk onderdeel van het ontwerp en het dagelijks leven van de buurt.
Voorbeelden in Amsterdam
De vormgeving van de Utrechtse speelplaatsen doet sterk denken aan de speelplaatsen in Amsterdam. Deze speelplaatsen werden ontworpen door architect Aldo van Eyck onder leiding van stedenbouwkundige Jacoba Mulder en worden in de internationale literatuur gebruikt als voorbeeld voor speelplaatsen uit de naoorlogse jaren. Een voorbeeld van zo’n speelplaats is die op het Jacob van Thijsseplein. Ook hier werden eenvoudige spelelementen in een zorgvuldig ontworpen compositie geplaatst. Toch ontwikkelde Utrecht een eigen ontwerppraktijk, die sterk verbonden was met de gemeentelijke Plantsoenendienst en de inrichting van het stedelijk groen.

Van beton naar hout
De sobere vormentaal bleef lange tijd herkenbaar in de Utrechtse speelplaatsen. Ook werden in de jaren zestig en zeventig steeds vaker nieuwe materialen en vormen toegepast. Zo verscheen op verschillende speelplaatsen de kenmerkende bol met gaten, waarin kinderen konden klimmen en kruipen.

Een andere belangrijke ontwikkeling was het toenemende gebruik van hout. Op de speelplaats aan de Peetersdreef zijn houten elementen zoals een speelhuis en een groep klimboomstammen toegevoegd. Deze speelplaats aan de Peetersdreef lijkt, dankzij de rechte lijnvoering, op de vroegere speelplaatsen.

In de loop van de jaren kregen hout en andere natuurlijke materialen een steeds grotere rol. Betonnen en aluminium elementen kwamen steeds minder vaak voor. Ook de inrichting van de speelplaatsen veranderde: rechte lijnen maakten geleidelijk plaats voor rondere organische vormen. Dit is terug te zien bij de speelplaats aan de Sao Paulodreef.

Spetterbadjes
Naast speelplaatsen werden in Utrecht veel spetterbadjes aangelegd. Op warme zomerdagen werd hiervan dankbaar gebruik gemaakt. De badjes werden in het ontwerp van de speelplaatsen opgenomen. Dit is bijvoorbeeld zichtbaar bij het spetterbadje in het Kouwerplantsoen. De kenmerkende betonnen stapstenen zijn in een rechthoek zowel in als buiten het spetterbad geplaatst.


De spetterbadjes die in de periode van Galjaard en Van Alff werden aangelegd, waren vaak rechthoekig. Tegenwoordig zijn op verschillende plekken in Utrecht, vooral in Overvecht, nog spetterbadjes te vinden. Veel daarvan zijn rond van vorm en stammen vermoedelijk uit een latere periode. Het rechthoekige badje in het Kouwerplantsoen is een van de uitzonderingen. De hoofdvorm is sinds de aanleg grotendeels behouden gebleven, al is het beton later blauw geschilderd. Het badje wordt net zoals de vele andere badjes in Utrecht nog steeds gebruikt. Dit is bijzonder. Ideeën over goede speelruimte veranderen voortdurend en veiligheidseisen zijn in de loop der jaren steeds strenger geworden. Toch spelen kinderen in Utrecht op warme dagen nog altijd op vrijwel dezelfde plek als tientallen jaren geleden.
Het einde van een ontwerpperiode
Vanaf de late jaren zeventig werden steeds vaker beweegbare toestellen, zoals schommels, aan de speelplaatsen toegevoegd. In 1978 verliet van Alff de gemeente Utrecht. Daarmee kwam een bijzondere periode voor de Utrechtse speelplaatsontwerpen ten einde. Van de oorspronkelijke ontwerpen is tegenwoordig nog maar weinig over. Soms herinneren enkele stapstenen of andere losse onderdelen nog aan de naoorlogse speelplaatsen. Op veel locaties waar destijds een speelplaats lag, is tegenwoordig een moderne speelplek te vinden.
Ook is de positie van het spelende kind in de stad nog altijd een belangrijk onderwerp van discussie. De speelplaatsen laten zien dat de Utrechtse groenontwerpers zich decennia geleden al op vooruitstrevende wijze met dit onderwerp bezighielden.
Hulp en contact – Erfgoed
Telefoon
Maandag, dinsdag en donderdag 9.00 - 17.00 uur
Woensdag en vrijdag 9.00 - 13.00 uur
