Langs de oever van een nieuwe rivier

Auteur:
J. van der Kamp

ISBN:
978-94-92694-21-8

Pagina’s:
216

Een vroegmiddeleeuwse nederzetting in Leidsche Rijn

Ten westen van Utrecht wordt sinds midden jaren ‘90 gewerkt aan de realisatie van de VINEX-locatie Leidsche Rijn. Vanaf 1997 vindt er op grote schaal archeologisch onderzoek plaats. De bewoning in dit gebied gaat terug tot de middenbronstijd, maar de meeste nederzettingsterreinen dateren uit de Romeinse periode en de vroege en late middeleeuwen. Aan het einde van de vijfde eeuw, toen de Romeinen het gebied hadden verlaten, creëerde de Rijn een nieuwe loop binnen de stroomgordel, waarlangs nieuwe bewoning ontstond. Een vroegmiddeleeuwse nederzetting uit deze periode werd tussen 1998 en 2007 opgegraven door afdeling Erfgoed gemeente Utrecht. In deze basisrapportage worden de resultaten hiervan gepresenteerd.

De nederzetting bestond uit minstens 7 erven langs de rivier die bewoond waren tussen eind vijfde eeuw en eind zevende eeuw. De erven werden aanvankelijk afgebakend met behulp van lange vlechtwerkwanden, later kwamen daar greppels voor in de plaats. Er werd slechts één boerderijplattegrond aangetroffen, maar de verspreiding van 5 waterputten, waterkuilen en korte (huis)greppels met grote hoeveelheden vondsten en houtskool, doet vermoeden dat op ieder erf een boerderij heeft gestaan.

Aan de noordzijde van de nederzetting zijn delen van een voetpad gevonden, waar veel vondstmateriaal werd aangetroffen. Enkele bijzondere metalen voorwerpen zijn een zilverbaartje, een fragment van een zilveren kledingspeld en een imitatie van een zilveren munt. Zoals in andere nederzettingen uit deze periode zullen ook hier rituele gebeurtenissen hebben plaatsgevonden. Er werd namelijk een kuiltje met een menselijke schedel, onderkaak en rib gevonden en twee kuilen met een groot aantal onderkaken van varkens.

Uit het gevonden aardewerk komt een beeld naar voren van een eenvoudige agrarische nederzetting, die deel uitmaakte van hetzelfde netwerk als de omliggende vroegmiddeleeuwse woonplaatsen. Onderzoek van de dierlijke botten toonde aan dat de bewoners vooral rund- en varkensvlees aten. Ook stond gevogelte en vis op het menu. Er werd een groot aantal tufstenen netverzwaarders gevonden, wat doet vermoeden dat de bewoners zelf visten. Er werd tarwe, rogge en mogelijk gerst verbouwd en door de bewoners zelf verwerkt.

Eén van de grootste verrassingen was de vondst van een skelet van een man, dat in de natuurlijke bodem ónder de nederzetting lag, waarvan vermoed wordt dat het dateert uit de late ijzertijd of de vroeg-Romeinse periode. Onderzoek van het botmateriaal toonde aan dat de man door geweld om het leven is gekomen. Vlakbij werden resten van een paard aangetroffen. Mogelijk hoorde het paard bij de man en zijn ze tegelijkertijd gedood en achtergelaten.

Basisrapportage 44 Langs de oever van een nieuwe rivier (pdf, 15 MB)