Burgers, zusters en munters

Auteur:
Jeroen van der Kamp

ISBN:
978-94-92694-59-1

Pagina's:
434

In 2018 hebben archeologen van de gemeente Utrecht een opgraving uitgevoerd op de binnenplaats van het hoofdpostkantoor op de Neude ten behoeve van werkzaamheden voor de herbestemming van het gebouw. Tijdens dit onderzoek zijn archeologische resten van bewoning aangetroffen van het begin van de negende eeuw tot en met de nieuwe tijd, waaronder overblijfselen van het Ceciliaklooster en de Provinciale- en Rijksmunt.

Restgeul van de Vecht

Het onderzoeksgebied ligt vlakbij het punt waar de meandergordel van de Oude Rijn en de Vecht splitsten. Tijdens het onderzoek werd een ca. 10 meter brede restgeul aangetroffen, die aan de oostzijde was voorzien van beschoeiingspalen die dateren van 809/810 na Christus. De geul, die waarschijnlijk als Vechtloop geïnterpreteerd moet worden, zal in de loop van de negende eeuw zijn dichtgeslibd.

Bewoning in de twaalfde en dertiende eeuw

In de tweede helft van de twaalfde en de vroege dertiende eeuw hebben er binnen het onderzoeksgebied mogelijk huizen gestaan langs de Oudegracht. Op de achtererven van deze huizen werden tientallen kuilen uit deze periode aangetroffen. Van twee kuilen werd naderhand een vullings­monster onderzocht, dat bleek te bestaan uit menselijke uitwerpselen vermengd met onder andere keukenafval en (moes)tuinafval, terwijl in één kuil bovendien resten van leerbewerking werden aangetroffen.

Ceciliaklooster

Ook werden restanten van drie veertiende-eeuwse huizen gevonden, waaronder mogelijk de ‘husinge ende hofstede’ die in 1403 werden geschonken aan het Ceciliaklooster. Dit klooster was gesticht in 1397 in een groot pand aan de westzijde van de Neude. In de vijftiende eeuw verrezen er vele nieuwe gebouwen op het kloosterterrein, waarvan tijdens de opgraving onder meer diverse fun­deringen en kelderresten werden aangetroffen. In een kelder van één van deze kloostergebouwen was een ronde fundering aanwezig, mogelijk van een bierbrouwerij. Een bijzondere vondst is een beerkelder met een grote hoeveelheid voorwerpen uit de periode 1500-1575, waaronder een loodtinnen devo­tie- of huisaltaartje en een groot aantal houten borden. Op basis van de plantaardige resten en de dierlijke botten in deze beerkelder kan het menu van de zusters van het Ceciliaklooster worden gereconstrueerd.

De Munt

Rond het midden van de zeventiende eeuw kwamen de kloostergebouwen leeg te staan, waarna ze werden verkocht. Het centrale deel van het complex werd in gebruik genomen door de Provinciale Munt. In 1814 ging de Provinciale Munt over in de Rijksmunt. Tijdens het onderzoek werden een kleine smeltoven en zeven muntplaatjes aangetroffen die in verband te brengen zijn met de Munt. In 1911 vertrok de Munt uit het complex.

Postkantoor

In de periode 1918-1921 werden het Muntcomplex en vele naburige panden gesloopt ten behoeve van de bouw van het hoofdpostkantoor. Vanaf dat moment waren na meer dan 500 jaar de laatste bovengrondse restanten van het Ceciliaklooster en de Munt verdwenen. Als gevolg van de werkzaamheden op de voormalige binnenplaats van het postkantoor in 2018 zijn ook de allerlaatste ondergrondse overblijfselen van het klooster en de Munt vernietigd.

123: Basisrapportage Burgers, zusters en munters (pdf, 16,9 MB)