Kijk uit voor de kanonnen

Aan het begin van de 16e eeuw werd er in heel Europa gezocht naar een goed antwoord op kanonvuur. In de tweede helft van de 15e eeuw waren kanonnen namelijk steeds gevaarlijker geworden. Dat kwam doordat ze gemakkelijk met een leger mee konden worden genomen. En doordat er ijzeren in plaats van natuurstenen kogels werden gebruikt. De hoge bakstenen muren van steden en kastelen waren slecht tegen deze zware kogels bestand.

Overal werden dan ook verwoede pogingen gedaan om de verdedigingswerken zo goed mogelijk aan te passen. Dat gebeurde onder meer door veel stadsmuren te verlagen en er een aarden wal achter aan te brengen. Mocht de voorliggende bakstenen muur door kanonnen kapot worden geschoten, dan ving de achterliggende aarden wal de vijandelijke kogels alsnog op.

14 meter dik

Die techniek was ook terug te zien bij kasteel Vredenburg. De in totaal 14 meter dikke muren van kasteel Vredenburg bestonden voor 9 meter uit aarde. Mocht de buitenste muur van 4 meter dik kapot worden geschoten, dan was er dus nog steeds geen groot gevaar. Aan de binnenzijde was nog een muur van 1 meter dik aangebracht om alle aarde op de juiste plek te houden. Bij de hoektorens ontbrak weliswaar de aarde, maar de bakstenen muren waren daar maar liefst 6 meter dik! De dikke muren van Vredenburg waren kortom door vijandelijke kanonnen nauwelijks kapot te schieten.

Net boven het water

Het kasteel beschikte zelf ook over kanonnen. Zo was elke meter rondom Vredenburg met eigen kanonnen te verdedigen. De torens aan de stadszijde hadden de vorm van een lindeblad met aan de voorzijde een scherpe punt. Daardoor konden ze niet worden geraakt door kogels van de eigen kanonnen, maar werden ze er wel volledig door verdedigd. Vanuit de hoektorens kon er op twee niveaus langs de muren worden geschoten, waaronder vlak boven het water. Vijandelijk bootjes die probeerde bij de kasteelmuur te komen, hadden daardoor geen schijn van kans. En dan waren er ook nog kanonnen die de vijand aan de overkant van het water buiten de stad konden bestoken. Of naar opstandige burgers in de stad zelf.
 

De ruimtes waar de kanonnen stonden, waren overigens klein en er was weinig frisse lucht. Het moet dan ook geen pretje zijn geweest om kanonnier op Vredenburg te zijn. Door de slechte ventilatie trokken de kruitdampen na het afvuren ook maar langzaam weg. Daar konden dus nog wel wat verbeteringen worden doorgebracht.

Eerste verbouwing

Kasteel Vredenburg was dus omstreeks 1529 een modern verdedigingswerk dat helemaal was ingesteld op het gebruik van vuurwapens. Dat werd tussen 1543 en 1546 nog verbeterd toen de grote houten kappen op de hoektorens werden afgebroken.
 

De nu onafgedekte torens werden vervolgens met het aanbrengen van nieuwe stenen borstweringen verbouwd tot open geschutsplatforms voor kanonnen. Zo hadden de kanonniers wel redelijke bescherming, terwijl de overlast van zowel de rook en kruitdamp als het helse kabaal aanzienlijk verminderde.
 

Hulp en contactErfgoed

Telefoon

14 030

Maandag, dinsdag en donderdag 9.00 - 17.00 uur
Woensdag en vrijdag 9.00 - 13.00 uur

E-mail

erfgoed@utrecht.nl