Belegerd

Op 25 oktober 1555 droeg Karel V de Nederlanden officieel over aan zijn zoon Filips II. Na de Beeldenstorm van 1566 en andere ongeregeldheden stuurde Filips II in 1568 de hertog van Alva naar Utrecht. De Spaanse soldaten die hij meenam, werden gelegerd op kasteel Vredenburg en deels ingekwartierd bij de Utrechters thuis. Maar veel Spaanse soldaten in de Nederlanden werden slecht betaald, waardoor er muitende troepen door de Nederlanden trokken.

Op 17 december 1574 deden ze ook een poging om Utrecht in te nemen. Met moeite konden de Utrechtse burgersoldaten ze buiten de stad houden. Op 4 en 7 november 1576 ging het helemaal mis in Antwerpen toen muitende Spaanse troepen de stad in een ware hel veranderde. Duizenden mensen werden vermoord en alles van waarde werd door de plunderende soldaten meegenomen. Na deze verschrikkelijke Spaanse Furie was het voor iedereen duidelijk dat de Spanjaarden zo snel mogelijk de Nederlanden uit moesten.
 

Schade in de stad

Een paar weken later ontstond er ook in Utrecht een gevaarlijk situatie waar zo’n 100 Spaanse soldaten onder leiding van kapitein d’Avila op kasteel Vredenburg gelegerd waren. Op 21 december 1576 kwam het onverwacht tot een hevige uitbarsting toen de Spanjaarden een uitval deden en verschillende huizen in de stad in brand staken. Toegesnelde burgers en Duitse huursoldaten wisten de Spanjaarden echter terug te drijven en het vuur te blussen.

Hoewel de Spanjaarden daarna geen echte uitval meer durfden te doen, richtten hun kanonnen wel veel schade aan in de stad. De Jacobitoren en de Buurtoren werden door meerdere kogels geraakt. En de noordelijke toren van de Mariakerk raakte zo zwaar beschadigd dat hij instortte.
 

Met stille trom

Begin januari lukte het de Utrechters om de houten brug over de stadsbuitengracht aan puin te schieten, waardoor de kans op eventuele hulp van buitenaf voor de Spanjaarden verkeken was. Inmiddels was ook oud-stadhouder Maximiliaan van Hénin-Liétard, graaf van Boussu, in Utrecht gearriveerd om de belegering in goede banen te leiden. Hoewel de Utrechtse burgers wilden dat Boussu samen met hen het kasteel zou bestormen, hield hij de boot af. Hij vond de bestorming veel te gevaarlijk voor burgersoldaten. Na bijna 7 weken begonnen op 7 februari dan eindelijk de onderhandelingen tussen d’Avila en Boussu, waarna de Spanjaarden op 11 februari 1577 met opgevouwen vaandels en stille trom vertrokken.
 

Hulp en contactErfgoed

Telefoon

14 030

Maandag, dinsdag en donderdag 9.00 - 17.00 uur
Woensdag en vrijdag 9.00 - 13.00 uur

E-mail

erfgoed@utrecht.nl