Nadat de Spaanse troepen in februari 1577 waren vertrokken, stond kasteel Vredenburg leeg. Maar de kanonnen keken nog altijd dreigend over de Utrechtse huizen uit. Het gevaar bestond dat kwaadwillende mensen daar gebruik van zouden maken. Maar het Utrechtse stadsbestuur nam geen poging daar iets tegen te doen.Toen Duitse huursoldaten op 27 en 30 april de pogingen deden de stad in te nemen, was voor veel Utrechters de maat vol.
Start van de sloop
Op 2 mei ging Trijn van Leemput, de vrouw van een kapitein van de stedelijke schutterij, samen met enkele andere vrouwen naar Vredenburg om met de sloop van het kasteel te beginnen. Na deze actie van burgerlijke ongehoorzaamheid ging het stadsbestuur toch overstag.
Na officiële toestemming te hebben gekregen van de Staten-Generaal in Den Haag werd vanaf augustus 1577 de sloop van kasteel Vredenburg officieel gestart. Maar het was geen eenvoudig zaak om de 14 meter dikke muren en de hoge torens aan de stadszijde te slopen. Het zou dan ook maar liefst 4 jaar duren voordat het imposante kasteel Vredenburg bovengronds grotendeels was verdwenen. Zo’n 15 jaar later was een deel van de diepe slotgracht zelfs nog steeds niet gedempt.
Nog paar delen over
Alleen het westelijk deel van het kasteel bleef bestaan, omdat dat onderdeel was van de Utrechtse stadsverdediging. Het laatste stukje bovengronds Vredenburg werd in 1919 gesloopt. Veel van de fundamenten van het kasteel zijn gesloopt voor de bouw van Hoog Catharijne en Muziekcentrum Vredenburg in de jaren 60 en 70 van de 19e eeuw. De stukken die nog over zijn van het kasteel zijn via een speciale wandeling te bezoeken.

(Bron: Het Utrechts Archief)
Hulp en contactErfgoed
Telefoon
Maandag, dinsdag en donderdag 9.00 - 17.00 uur
Woensdag en vrijdag 9.00 - 13.00 uur

