Vroege Wacht

Auteur: 
J.S. van der Kamp (e.a.) 

ISBN: 
97-890-73448-21-6 

Pagina's:
222

Archeologisch onderzoek van twee eerste-eeuwse wachttorens in Leidsche Rijn

Romeinse grenswachters deden zich tegoed aan snoek, eend en mosselen!
Soldaten die rond 50 na Chr. de Nederlandse grenssector van het Romeinse rijk bewaakten, deden zich tijdens hun wachtdiensten tegoed aan vis, waterwild en schaaldieren. Dat staat in een deze week verschenen onderzoeksrapport Vroege Wacht over een in 2002 in Utrecht opgegraven Romeinse wachttoren. De vondst van de toren kreeg indertijd veel aandacht van de (internationale) pers, omdat het de oudst bewaarde houten wachttoren van het Romeinse rijk betrof. De resten van de toren bleken goed geconserveerd net als de door de torenwachters achtergelaten huisraad en etensresten. Op basis daarvan hebben specialisten in de afgelopen jaren een nauwkeurige reconstructie kunnen maken van zowel de binnen- als buitenkant van de toren. Met de in de toren aangetroffen etensresten is zelfs het menu van de daar gedetacheerde soldaten nauwkeurig in kaart gebracht. Zij blijken vanaf de garnizoensbasis te zijn bevoorraad met graan en vlees, maar vulden hun rantsoen aan met in de omgeving gevangen vis en waterwild. Opvallend zijn de talrijke resten van zoutwater mosselen, die vanaf de Nederlandse kust moeten zijn aangevoerd

Twee Romeinse wachttorens
De opgraving van de wachttoren werd in 2002 uitgevoerd door de sectie Cultuurhistorie van de gemeente Utrecht in de wijk Vleuterweide in Leidsche Rijn. Eigenlijk werden twee opeenvolgende wachttorens gevonden, waarvan de jongste door middel van jaarringonderzoek gedateerd kon worden in 62 na Chr. Zijn voorganger is al in de jaren 40 van de eerste eeuw gebouwd, dus in de allereerste jaren van de Romeinse aanwezigheid in West-Nederland. Het is vooral deze oudste toren die aan de hand van de gevonden resten tot in detail kon worden gereconstrueerd. De toren had een oppervlakte van ongeveer 3 bij 3 meter en telde vermoedelijk één verdieping met een balkon van waaruit de wacht werd gehouden. Het benedenvertrek sprong iets naar buiten uit en had een afmeting van 4,5 bij 4,5 meter. Dat was de leefruimte van de torenwachters met stapelbedden langs de wanden en een stookplaats in de noordoostelijke hoek. Vooral rond deze haardplaats is veel 'keukenafval' - granen, botjes, viswervels, etc. - en gebroken huisraad gevonden, waardoor de onderzoekers veel te weten zijn gekomen over de keukeninventaris en het menu van de torenwachters.

Dagelijks voedsel
De soldaten kregen vanaf de garnizoensbasis, vermoedelijk het grensfort op de Hoge Woerd bij De Meern, een basisrantsoen mee van graan - vooral gerst en emmertarwe - en vlees. Het graan werd ter plekke op een handmolen vermalen tot meel, waarna er brood van werd gebakken of pap van gemaakt. Romeinse soldaten waren grote liefhebbers van vlees. Latijnse bronnen spreken van meer dan een pond per dag! Op de wachttoren zijn vooral resten gevonden van rund en in minder mate van schaap, geit en varken. Er zijn aanwijzingen dat het vlees in grote karkasdelen, en dan voornamelijk als complete achterpoten, werd aangevoerd. Maar het rantsoen was blijkbaar niet voldoende want de torenwachters zorgden voor een belangrijke aanvulling door te vissen op brasem, voorn, baars en bovenal op snoek. Ook werd er gejaagd op waterwild: in ieder geval hebben de soldaten eend, smient en taling gegeten. Op de een of andere manier wisten zij zelfs aan porties zoutwater mosselen en alikruiken te komen die uit het Nederlandse kustgebied moeten zijn aangevoerd. Maar het was niet altijd vetpot want er zijn ook resten van zoetwater mosselen gevonden, met name de Bataafse stroommossel, die minder smakelijk waren en in het verleden, voor zover bekend, alleen in tijden van grote voedselschaarste werden gegeten.

Grensbewaking Romeinse rijk
Naast het jagen, koken en eten waren de torenwachters vooral druk met het in de gaten houden van het scheepvaartverkeer op de rivier de Rijn. Net als twee andere in Leidsche Rijn gevonden torens, stond de wachttoren op een strategische positie aan een rivierbocht. De torens maakten deel uit van een bewakingssysteem langs de Rijn tussen Utrecht en Katwijk, waarvan een negental forten (castella) de ruggengraat vormden. Dit systeem was aanvankelijk vooral gericht op de bewaking van het eigen Romeinse scheepvaartverkeer over de Rijn, die een belangrijke aanvoerlijn vormde ten tijde van de verovering van Engeland (Britannia) vanaf het jaar 43. Later in de eerste eeuw is de fortenreeks opgenomen in een doorlopend systeem van grensbewaking (limes) langs de randen van het Romeinse rijk.

Reconstructie tekeningen
De bijgevoegde afbeeldingen geven een impressie van het interieur en exterieur van de oudste Romeinse wachttoren. Veel van de afgebeelde voorwerpen in het interieur kunnen direct worden aangetoond op basis van vondsten in of rondom de toren. De reconstructie is gemaakt door Daan Claessen verbonden aan de sectie Cultuurhistorie van de gemeente Utrecht.

Uitgebreid onderzoeksteam
De uitwerking van het onderzoek is door de archeologen van de gemeente Utrecht gecoördineerd. Daarbij zijn diverse Nederlandse specialisten geraadpleegd, waaronder de Radboud Universiteit voor het Romeins aardewerk, Archeoplan-eco en Archaeo-Zoo voor de dierresten en BIAX consult voor de botanische resten.

Basisrapportage 16 Vroege wacht (pdf, 9,07Mb)