Jacobitoren

Het oudste deel van de Jacobitoren is gebouwd in de 13e eeuw. In het midden van de 14e eeuw is de gemetselde torenromp met een aantal geledingen verhoogd. Een geleding is een soort verdieping. Sindsdien is de Jacobitoren 43 meter hoog.

In eerste instantie werd de toren voorzien van een laag tentdak. Een tentdak is een dak met 4 of meer driehoekige dakschilden. Daarna is een spits aangebracht met een hoogte van 27 meter.

Klokkentoren voor het carillon

In de periode 1651-1652 is aan de oostkant van de spits een klokkentoren gebouwd. Dit was voor het carillon. Tijdens de Elisabethstorm van 1674 is de hele torenspits met klokkentoren en carillon in het schip van de Jacobikerk gevallen. Tijdens dezelfde storm is ook het middenschip van de Domkerk ingestort. De Jacobitoren is na de storm afgedekt met een veel kleinere spits.

Restauratie van de toren

In de periode 1942-1953 is de toren gerestaureerd. Dit was hard nodig, omdat de toren er slecht aan toe was.

Nieuwe torenbekroning

In 1958 heeft architect Paul Briët een nieuwe torenbekroning ontworpen voor de Jacobitoren. Het ontwerp van Briët wijkt sterk af van de oorspronkelijke middeleeuwse voorganger. Het middeleeuwse ontwerp had een versmalling. In de architectuur heet dat een insnoering. Het ontwerp van Briët heeft die insnoering niet.

Uurwerk in de Jacobitoren

Het uurwerk in de Jacobitoren is in 1955 gemaakt door de Koninklijke Eijsbouts uit Asten. Het heeft een rustende ankergang en force constante. Bij een rustende ankergang staat het gangrad stil tijdens het bewegen van de slinger. Een force constante houdt in dat de kracht om de tandwielen van het uurwerk te laten draaien constant is. Een elektromotor haalt het gewicht van het uurwerk op.

De Jacobitoren heeft 5 luidklokken. 1 monumentale luidklok van Steven Buitendiic en 4 nieuwere klokken, waarvan 1 van Eijsbouts en 3 klokken van Petit en Fritsen. Ieder kwartier activeert het uurwerk 2 slagwerken en zijn de luidklokken te horen.

Laatste mechanische torenuurwerk

Het uurwerk van Eijsbouts staat opgesteld in een speciaal hiervoor gemaakte kast. Het hoort bij de laatste serie mechanische torenuurwerken die Eijsbouts gemaakt heeft. Het uurwerk is sterk genoeg om de flinke wijzers aan alle 4 de kanten van toren aan te drijven.

Daelmans Klokken & Uurwerken uit Helmond heeft het uurwerk van Eijsbouts gerestaureerd. Meteen heeft het uurwerk een computersynchronisatie gekregen. Dit zorgt ervoor dat het uurwerk altijd gelijk loopt.

17e-eeuws uurwerk

De Jacobitoren had ooit een 17e-eeuws uurwerk, speelwerk en slagwerk. Deze waren gemaakt door Johan Carlier uit Zwolle. Tijdens een torenrestauratie in 1955 is het oude uurwerk uit de toren verwijderd.

Speeltrommel

Omdat er in 1650 een beiaard was besteld bij klokkengieter Francois Hemony moest er een speeltrommel komen. Deze is in 1652 gemaakt door Jan Backer van Call uit Nijmegen. Van Call leverde een gegoten messing speeltrommel.

Na de verwoesting van de toren en beiaard door de orkaan van 1674 had de trommel geen functie meer. In 1719 werd de trommel daarom als schroot verkocht. Het uurwerk en het slagwerk bleven achter in de toren.

Uurwerk in de Buurtoren

Het oude uurwerk uit de 17e eeuw staat tegenwoordig tentoongesteld in de hal van de Buurtoren.

Er bestaan vergevorderde plannen om het uurwerk lopend op te stellen in de Jacobikerk of de Jacobitoren.

Reconstructie Jacobibeiaard

De beiaard van François en Pieter Hemony

Op 10 september 1650 hebben de kerkmeesters van de Jacobikerk François Hemony de opdracht gegund voor het gieten van een beiaard. Of het spel 9.000 of 14.000 pond zou gaan wegen, stond op dat moment nog niet helemaal vast.

24 of 25 klokken?

Uiteindelijk noteerde de waagmeester op 8 en 9 maart 1652 een gewicht van 11.316 pond voor 24 klokken.

De smid Bartholomeus Wijnbron sprak steeds van 25 klokken. Hij leverde de inrichting voor het spel en de aansluiting van alle 25 klokken op de speeltrommel. Dat was tussen maart en november in 1653.

Hemony zelf had het ook over 25 klokken. Dit blijkt uit een brief aan de geleerde Athanasius Kircher. Hij schrijft in die brief dat hij voor de Jacobikerk een spel van 25 klokken met een gewicht van ongeveer 11.000 pond zou hebben gemaakt. De spellen in Zutphen en Deventer hadden ook die omvang.

Vertraagde levering

De nieuwe beiaard was waarschijnlijk al eerder klaar dan 1652. Een misverstand tussen de kerkmeesters, de schepen van Werckhoven en de gieters zorgde voor een vertraagde levering.

Naast de betaling in geld van 6.763 gulden, accepteerden de gebroeders Hemony ook het oude spel van de Jacobikerk en een kleine klok.

Uitbreiding klokkenspel

Het stadsbestuur was kennelijk ingenomen met de kwaliteit van het klokkenspel. Ze vroegen François Hemony daarom in 1665 de beiaard met nog 5 kleine klokken uit te breiden. Hemony had het alleen de eerste 2 jaar te druk met het gieten van onder andere kanonnen voor de Tweede Engelse oorlog. Die oorlog duurde van 1665 tot 1667 en in 1667 ging Francois Hemony dood. Het was zijn broer Pieter Hemony die in 1668 geen 5, maar 7 klokjes leverde. Daarmee kwam de reeks op het voor Hemony-carillons gebruikelijke aantal van 32 klokken.

Tijdens de orkaan van 1674 is de torenspits van de Jacobitoren met het complete carillon in het schip van de kerk gevallen. Dit is dezelfde storm waardoor ook het middenschip van de Domkerk is ingestort. De schade was enorm groot.

Klokkenspel verkopen

Om de noodzakelijke reparaties te kunnen doen, kreeg de kerk van de vroedschap toestemming het klokkenspel te verkopen. 3 klokken waren nog te gebruiken als luidklok. Die 3 zijn daarom verkocht aan de dorpen Tienhoven, Oostveen en Maartensdijk. De andere 29 klokken waren gebroken of te zwaar beschadigd. Uiteindelijk zijn die verdwenen in de smeltovens van de kopergieters Gillis Wybrantsz, Jacob Vermaten en Van Gaeskamer.

Plannen voor een nieuwe beiaard

Er zijn door de Utrechtse Klokkenspel Vereniging (UKV) plannen gemaakt om de beiaard van weleer in ere te herstellen. De beiaard van de Jacobikerk heeft aan de oostzijde van de torenspits gehangen. Speciale voor de beiaard was een torenachtige uitbouw gemaakt.

Door het carillon aan de oostkant van de toren te hangen, was het instrument in noordelijke stadsdeel goed te horen. Wanneer het carillon in de toren zelf was ingebouwd, was het voor het noorden van de stad niet goed genoeg te horen. Het ontwerp voor de nieuwe beiaard gaat uit van een torenachtige uitbouw aan de oostkant van de spits.