Beiaard, carillon of klokkenspel

De beiaard is het muziekinstrument voor de lage landen. Al vanaf het begin van de 16e eeuw spelen beiaardiers op gestemde klokkenreeksen. Meestal hangen die klokken in kerk- of stadhuistorens. Een andere naam voor beiaard is klokkenspel of carillon.

Pas in de 17e eeuw zijn beiaarden zo geperfectioneerd dat het een volwaardig muziekinstrument is. Deze ontwikkeling is vooral te danken aan de klokkengieters François en Pieter Hemony uit Zutphen, later uit Amsterdam. Ook de Utrechtse beiaardier en klokkendeskundige jonkheer Jacob van Eijck was belangrijk voor deze ontwikkeling.

Reeks bronzen klokken

Een beiaard bestaat uit een reeks op elkaar afgestemde bronzen klokken. De klokken kunnen zowel handmatig als automatisch bespeeld worden. Minimaal moet de beiaardier kunnen beschikken over 25 klokken. Dat zijn 2 octaven. Tegenwoordig geldt 48 klokken als standaardomvang. Dat zijn 4 octaven.

Beiaarden kunnen onderling veel verschillen in toonhoogte en klankkleur. De term klankkleur geeft aan of een toon ‘scherp’ klinkt of juist ‘warm’.

Zwaar of licht spel?

In een grote hoge toren hangt bij voorkeur een instrument dat is samengesteld uit zware, laag klinkende klokken. In een kleine toren hangt vaak juist een licht spel. Beide beiaardtypes hebben hun beperkingen en kwaliteiten.

Een zware beiaard leent zich voor de uitvoering van romantische Vlaamse muziek, terwijl een lichter instrument weer beter geschikt is voor barokmuziek.

190 beiaarden

Nederland telt ongeveer 190 beiaarden. Wekelijks bespeelt een 50-tal beiaardiers deze carillons. De beiaardiers krijgen hun opleiding aan de Nederlandse Beiaardschool te Amersfoort of aan de Koninklijke beiaardschool 'Jef Denijn' in Mechelen in België.