Verhalen Tolsteegpoort

Al vanaf het begin van de Utrechtse stadsverdediging in de 12e eeuw was er aan elke zijde van de stad een landpoort te vinden. In het zuiden bij Tolsteeg waren er zelfs 2: 1 ten oosten en 1 ten westen van de Oudegracht. Vanuit deze twee vierkante poorttorens werd ook de waterpoort naar de Oudegracht bewaakt.

In de late middeleeuwen groeiden beide Tolsteegpoorten uit tot een indrukwekkend complex dat hoog oprees aan de zuidzijde van de stad. De roodgeverfde vierkante toren van de oostelijke poort was een stadsgevangenis en werd ook wel de Rode Toren genoemd.

Op slot

Om aan te geven dat de stadspoorten gingen sluiten, werd ’s avonds de waakklok in de Buurtoren een half uur geluid. De portiers mochten de poortdeuren pas vergrendelen nadat eerst nog tweemaal 50 keer de eigen poortklok had geklonken. Daarna kon in uitzonderlijke gevallen alleen het klinket geopend worden voor late bezoekers. Een klinket is een kleine deur in de grote poortdeuren.

Een nieuwe poort

Halverwege de 16e eeuw gaf Karel V opdracht om de stadsverdediging te moderniseren zodat de stad beter verdedigd kon worden tegen het nieuwe oorlogswapen: het kanon. De beide middeleeuwse Tolsteegpoorten werden toen vervangen door een enkele veel lagere poort in renaissance-stijl. Deze poort was in 1565 klaar.

Gesloopt

In de 19e eeuw was de stadsverdediging niet meer nodig en werd hij gesloopt voor de aanleg van het Zocherplantsoen. Ook de Tolsteegpoort in toen verdwenen. Alleen onder de grond zijn de restanten van de verschillende Tolsteegpoorten nog bewaard.

Dit verhaal is onderdeel van de singelroute.

Hulp en contact Erfgoed

Telefoon

14 030

E-mail

erfgoed@utrecht.nl