Verhalen Rituele maaltijden

Tussen 2006 en 2008 voerden Utrechtse archeologen meerdere onderzoeken uit op het industrieterrein Strijkviertel bij De Meern. Ze zochten naar de Romeinse 'limesweg', die daar inderdaad bleek te lopen. Maar de grootste verrassing was de ontdekking van een oude riviergeul vol met opmerkelijke vondsten uit de 1e eeuw na Christus. Het stelde de archeologen voor een raadsel: wat gebeurde er in die tijd op deze rivieroever?

Een nieuwe rivier

Kort na het begin van de jaartelling moet het waterniveau van de Rijn plotseling sterk zijn gestegen. Hierdoor trad de rivier op meerdere punten buiten haar oevers en ontstonden er korte zijrivieren. Het overtollige rivierwater stroomde zo via deze geulen weg naar de lager gelegen gebieden. Op het industrieterrein Strijkviertel vonden archeologen twee geulen die rond 20 na Christus zijn ontstaan. Na één of enkele jaren nam de stroomsnelheid af en was er alleen nog maar langzaam stromend water aanwezig. Op dat moment bouwden inheemse boeren een nederzetting op een oever van de zuidelijke geul. Ook op de oevers van de andere geul, die 500 meter verderop lag, waren op dat moment voor het eerst mensen actief. Dat blijkt uit de vondst van honderden scherven, dierlijke botten en metalen voorwerpen. De archeologen vonden daar echter geen spoor van een nederzetting.

Rituele maaltijden?    

Het aardewerk dat de archeologen bij de noordelijke geul vonden, bestaat grotendeels uit vrijwel complete kookpotten. Daarin zaten goed geconserveerde etensresten zoals groenten en een melkproduct, zoals gekruide kaas, vlees en vis. De potten met aangekoekte etensresten waren bijna ongeschonden. Het lijkt daarom geen normaal nederzettingsafval. Zijn het overblijfselen van enkele maaltijden die op de oever van de geul genuttigd zijn? Of moeten we denken aan een jaarlijks terugkerend ritueel, waarbij de potten doelbewust met inhoud en al in de rivier zijn geworpen? De  versieringen van roodbruine verf (mogelijk ossenbloed) op enkele kookpotten wijst op een rituele gebeurtenis. Over zulke versieringen, die bijna niet voorkomen, is weinig bekend.

Vissen, schapen en houten palen

Toch had de rivier niet alleen een rituele functie. Gevonden netverzwaringen, palen in de rivier waartussen visnetten werden opgehangen en vishaakjes wijzen erop dat de bewoners er visten. En gezien de vele botten met haksporen slachtten ze ook runderen en vooral schapen. Opvallend was dat de beste vleesrijke delen grotendeels ontbraken. Het lijkt erop dat de boeren de dieren niet alleen voor eigen consumptie slachtten, maar ook voor de handel. De afzetmarkt was niet ver weg, want kort na 40 na Christus bouwden Romeinse soldaten 500 meter ten noorden van de geul het fort in De Meern. Waarschijnlijk waren de soldaten een dankbare afnemer van het vlees. Rond deze tijd werd er in de rivier ook een brug gebouwd. De archeologen vonden daarvan 135 palen. De inheemse boeren konden de rivier dus gemakkelijk oversteken om hun producten naar het legerkamp te brengen.

Een afgezwaaide Romeinse soldaat

Tegen het einde van de eerste eeuw hielden de menselijke activiteiten langs de beide geulen plotseling op. We weten niet wat de reden daarvan was. Ondanks alle onduidelijkheden, kan één ding vrij zeker worden gesteld: tussen de boeren bevond zich minstens één afgezwaaide soldaat uit het Romeinse leger. Dat blijkt uit diverse Romeinse metalen voorwerpen. Zoals een bronzen paardenhanger met twee opgeheven armen, waarvan de linker eindigt in een mannelijk geslachtsdeel en de rechter in een hand met gebalde vuist. Dergelijke hangers dienden om hun eigenaren te beschermen in de strijd. Kennelijk heeft het zijn functie goed vervuld en kon de man na zijn lange diensttijd veilig terugkeren naar zijn geboortegrond bij De Meern.

Lees meer over het onderzoek in het Strijkviertel in het rapport: Op zoek naar de weg | Gemeente Utrecht - Erfgoed

Hulp en contact Erfgoed

Telefoon

14 030

E-mail

erfgoed@utrecht.nl