Verhalen Krommerijnzwaard

Bij het baggeren van de Kromme Rijn in de buurt van Utrecht haalden de baggeraars met enige regelmaat objecten van de rivierbodem naar boven. Vaak waren dit fietsen, brommers of winkelwagentjes, maar soms ging de hartslag ineens omhoog als er een minder alledaags voorwerp, zoals een brandkast, uit het troebele water tevoorschijn kwam.

In 2004 was Mark Jongerius uit Houten de schipper van het duwbootje dat de volle schuiten met modder naar de stortplaats moest varen. Hij was bezig in de buurt van Stadion Galgenwaard toen hij een stuk ijzer dat verdacht veel op een zwaard leek uit de baggerprut zag steken.
 

Als koning Arthur trok hij het uit de modder en legde het op het achterdek van de boot. Later wikkelde hij het in een oude handdoek en legde het thuis op een plank in de schuur. Hier bleef het liggen, totdat hij bij het inpakken van spullen voor een verhuizing weer tegenkwam. Wat had hij nu eigenlijk gevonden? Na wat zoeken op internet vond hij op de website Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) een emailadres waar hij een paar foto’s naar toe stuurde. Een paar uur later zat de specialist archeologie middeleeuwen en nieuwe tijd Jan van Doesburg bij de vinder aan tafel. Ondanks de dikke laag corrosie had Mark er goed aan gedaan het zwaard mee te nemen en het al die tijd te bewaren!

Een dubbele overdracht

Toen het zwaard uit de oude handdoek werd gerold, bleek het overdekt met een dikke laag roest die veel details aan het zicht onttrok. Wat al wel snel duidelijk werd, was dat het zwaard compleet met schede op de bodem van de Kromme Rijn terecht moet zijn gekomen. Op de kling waren hier en daar nog uitgedroogde resten van de leren schede zichtbaar. Ook het heft bevatte nog wat uitgedroogde en daardoor losgeraakte en opgekrulde houtresten. Het houten handvat of grip was dus op het moment dat het zwaard in het water terechtkwam ook nog aanwezig.

De vorm van de pommel en de kling wijzen erop dat het waarschijnlijk een Karolingisch zwaard was. Maar om dat definitief vast te kunnen stellen, moest het eerst deskundig worden schoongemaakt en geconserveerd. Aangezien dit een kostbare operatie zou worden, heeft de vinder heeft het zwaard overgedragen aan de RCE. De Rijksdienst heeft vervolgens de gemeente Utrecht benaderd met het verzoek om financiële steun voor de schoonmaak, conservering en restauratie. In ruil daarvoor kreeg afdeling Erfgoed van gemeente Utrecht het zwaard in bezit. Het zwaard werd vervolgens overgebracht naar restauratiebedrijf Restaura in Heerlen. Om te voorkomen dat bij het verwijderen van de harde corrosiekorst belangrijke informatie verloren zou gaan, is van het zwaard eerst een serie röntgenopnamen gemaakt. Daardoor wist de restaurator heel precies wat hij tijdens het weghalen van de corrosie kon tegenkomen. Van elke stap heeft Restaura zowel voorafgaand als tijdens en na de conservering foto’s gemaakt, waardoor het gehele proces van schoonmaken en restauratie is vastgelegd.

Een prachtig zwaard

Ondanks het lange verblijf op de bodem van de Kromme Rijn, op de duwboot en in de schuur van de vinder, is het zwaard uitzonderlijk goed bewaard gebleven. Slechts een deel van de punt ontbrak en de sneden waren enigszins afgebrokkeld. Maar gelukkig was een groot deel van het ijzer niet omgezet in roest en konden de beschadigingen eenvoudig worden aangevuld zodat het zwaard weer in volle glorie te bewonderen is.

Een gedamasceerde kling

Het zwaard is samengesteld uit vier delen: de kling met angel, de pareerstang en twee delen die samen de zwaardknop of pommel vormen.

De kling met angel is 93,5 cm lang, vanaf de kling tot aan de pareerstang is de lengte ruim 82 cm. Onder de pareerstang is de kling 5,5 cm breed. Het centrale deel is voorzien van damascering, genoemd naar de Syrische hoofdstad Damascus waar deze techniek zou zijn uitgevonden. Damascering ontstaat door twee of meer staven ijzer met verschillende eigenschappen in elkaar te draaien en te versmeden. Dit is niet alleen functioneel – het maakt het ijzer sterker- maar geeft ook een mooi esthetisch effect. De damascering van dit zwaard is goed te zien op de röntgenfoto’s. Naar de punt toe vervaagt de damascering. Hier is deze versmeed tot een homogeen geheel.

De 12,7 cm brede pareerstang is een ijzeren plaatje met afgeronde hoeken en een centrale sleuf dat over de angel was geschoven. Op de röntgenopnames is in de corrosiekorsten bij de pareerstang en pommel duidelijk te zien dat het heft voorzien was van een nu enkele millimeter dikke houten handgreep. De houtresten waren echter te veel verdroogd om de houtsoort van het heft en de oorspronkelijke dikte hiervan te kunnen bepalen.

De pommel

Het mooiste onderdeel van het zwaard is de versierde pommel of zwaardknop. Deze bestaat uit een ongeveer 1 cm dikke plaat met afgeronde hoeken waarop de versierde eindknop is bevestigd. Hoe deze twee delen precies aan elkaar verbonden zijn, is uit de röntgenfoto’s niet op te maken.

De rechthoekige zwaardknop is waarschijnlijk op het uiteinde van de angel vastgeklonken. De röntgenfoto’s laten zien dat de versierde eindknop met twee metalen stiften op de eindplaat is vastgezet.

 

De gegolfde eindknop heeft zes lobben of ribben waartussen messingdraad met parelmotief is aangebracht. Ook de naad tussen de eindknop en de eindplaat is ingelegd met messingdraad. Het gele draad vormt een mooi contrast met het donkere ijzer van de eindknop. De meeste pommels van dit zwaardtype hebben vijf of zeven lobben. Het Utrechtse exemplaar heeft er zes; een aantal dat bijna niet voorkomt.

 

Onder de dikke laag corrosie komt een prachtig versierde pommel met zes lobben tevoorschijn. De gele draad met parelmotief is van messing gemaakt. Restauratieatelier Restaura

Zwaardtype

Aan de hand van de vorm van de pommel en de kling kan het zwaard worden gedateerd. In 1919 heeft de Noorse archeoloog Jan Petersen een typologie opgesteld voor Vikingzwaarden in Scandinavië. Het Utrechtse exemplaar behoort vanwege de gelobde eindknop tot zijn type K zwaarden. In 1991 is de typologie van Petersen aangevuld door de Duitse archeoloog Alfred Geibig. Geibig’s indeling is gebaseerd op de vorm van de kling en de pareerstang. De pareerstang komt voor bij zijn Combinationstypen 2 en 6. De wijze waarop de heftknop is bevestigd aan de angel valt onder Geibig constructietype II. De kling behoort in deze typologie tot type 2. Op basis van deze kenmerken kan het zwaard uit de Kromme Rijn in de negende eeuw worden gedateerd.  

Andere zwaardvondsten

Niet alleen de ouderdom maakt het een bijzondere vondst, ook het type blijkt voor Nederland heel uitzonderlijk te zijn. Er is slechts één ander exemplaar van dit type bekend. In 1972 is in de uiterwaarden bij Elst (provincie Utrecht) een vergelijkbaar exemplaar opgebaggerd. Ook voor Europese begrippen is dit een zeldzaam zwaard. Er zijn in totaal bijna 80 zwaarden van Petersen’s type K gevonden. Ze komen in relatief grote aantallen voor in Kroatië, Bosnië Herzegovina, Noorwegen en Ierland. Ze zijn echter opvallend genoeg niet in een van deze landen gemaakt. Dit type zwaard is in het Frankische Rijnland gefabriceerd, van waaruit ze op allerlei manieren hun weg naar de rest van Europa vonden. Frankische zwaarden waren vanwege hun hoge kwaliteit geliefde wapens.
Utrecht bezit nog meer vroegmiddeleeuwse zwaarden. In de collectie van het Centraal Museum bevinden zich twee exemplaren die eveneens in en rond Utrecht zijn gevonden. In 1955 is bij de aanleg van een riool in de Abstederdijk, vlak bij een oude loop van de Vecht, een tiende-eeuws zwaard aangetroffen. In de kling was de naam INGELERNI ingelegd.

Het tweede zwaard is in 1941 bij een zandafgraving langs de Vecht bij Maarssen tevoorschijn gekomen en dateert uit de tiende of elfde eeuw.

Een rituele depositie?

Een opvallend aantal zwaarden, zoals de drie van Utrecht, is bij bagger- of graafwerkzaamheden in of vlak bij een rivier gevonden. Uit andere perioden, zoals de bronstijd, is bekend dat prestigieuze objecten, waaronder zwaarden, zijn geofferd in moerassen en rivieren. En ook voor de Karolingische tijd gaat men er vanuit dat depositie van zwaarden in rivieren heeft plaats gevonden. Het zwaard uit de Kromme Rijn is immers compleet met schede teruggevonden en dat zou op een bewuste depositie kunnen duiden. Op het moment vindt door Dusan Mascek bij de Universiteit Leiden een promotie-onderzoek plaats naar vroegmiddeleeuwse wapendeposities in Europa, waaronder 129 zwaardvondsten. Zeven van deze 129 zwaarden zijn van hetzelfde type als het zwaard uit de Kromme Rijn.

Maar ook een meer prozaïsche verklaring is mogelijk. Het zwaard kan door zijn eigenaar verloren zijn bij het oversteken van of een boottocht op de Kromme Rijn. 

Een reconstructie van de loop van de Kromme Rijn in de vroege middeleeuwen laat zien dat op de plek waar het zwaard tevoorschijn kwam de Rijn in die periode stroomde.

Vertegenwoordiger van een roerige tijd

Het zwaard komt uit een turbulente periode in de Utrechtse geschiedenis waarbij de bisschoppelijke burcht binnen de muren van het oude Romeinse castellum waarschijnlijk in 834 door Vikingen is geplunderd. Het gevaar van nog meer plunderingen deed bisschop Hunger in 857 besluiten de bisschopsstad te verlaten en zich in veiliger streken te vestigen. In 925 keert bisschop Balderik terug naar de ruïnes van Utrecht en met hem begint een van de meest welvarende perioden die Utrecht ooit heeft gekend.

Het is niet duidelijk aan wie het zwaard uit de Kromme Rijn heeft toebehoord. Zwaarden waren in die tijd vrij kostbaar en lang niet iedereen kon zich een dergelijk wapen veroorloven. Het zou het eigendom van een Viking kunnen zijn geweest, maar evenzogoed   van een edelman behorend tot de entourage van de bisschop of een handelaar. Ook weten we niet of het zwaard ooit bij een gevecht is gebruikt. Er zijn tal van scenario’s mogelijk en we laten dit aan de fantasie van de lezer.

Een presentatie voor de vinder

In 2018 is Mark Jongerius met zijn hele gezin ‘zijn’ zwaard in het Utrechtse stadhuis komen bekijken. Hij kon na al die jaren zien wat voor moois hij in 2004 uit de modder van de Kromme Rijn had getrokken. Hij heeft er geen spijt van dat hij zijn zwaard heeft afgestaan!

Hulp en contact Erfgoed

Telefoon

14 030

E-mail

erfgoed@utrecht.nl