Rondom de Pieterskerk

Romeinen, Franken en middeleeuwers

De archeologische sporen rondom de Pieterskerk doorsnijden de gehele Utrechtse geschiedenis. En dat is eigenlijk niet zo vreemd voor een plek die nog geen honderd meter verwijderd ligt van waar ooit de oostelijke poort te vinden was van het Romeinse legerkamp (castellum), dat omstreeks het jaar 47 na Chr. op het huidige Domplein werd gebouwd. Veelvuldig zullen de mannen van het 500 soldaten tellende cohort het land ter hoogte van het huidige Pieterskerkhof hebben aangedaan, en zeker niet alleen ter inspectie van de grensrivier, die slechts zo'n twintig meter ten noorden daarvan stroomde. Er was ten oosten van het castellum namelijk van alles voor hen te beleven, want uit verschillende archeologische onderzoeken is gebleken dat daar een deel lag van het kampdorp, de zogeheten vicus. En daar woonden niet alleen de vrouwen en kinderen van de Romeinse soldaten, maar stonden ook de kroegbazen, handelaren en ambachtslieden maar al te graag klaar om de soldij van de militairen om te zetten in te leveren diensten en producten. Helaas is het door de vaak kleine oppervlaktes van de archeologische opgravingen tot nu toe niet mogelijk geweest om huisplattegronden van de vicus te reconstrueren. Laat staan dat er een goed beeld is te geven van hoe het kampdorp was opgezet. Wel is duidelijk geworden dat dit deel van de vicus omstreeks het jaar 50 in gebruik is genomen, dus vrijwel direct na aankomst van de Romeinen, waarna het aan het eind van de derde eeuw werd verlaten. En dat er nauwe contacten waren met de soldaten uit het kamp blijkt wel uit al het mooie, veelal uit Frankrijk geïmporteerde gedraaide aardewerk en het vrijwel ontbreken van het inheemse handgevormde aardewerk. Uit recent onderzoek is duidelijk geworden dat de boerderij- of huiserven van de vicus loodrecht op de Rijn waren georiënteerd. Het is dus goed mogelijk dat vooral de achterste delen van de erven zijn aangetroffen en dat de huizen meer naar het zuiden hebben gestaan. Dat zou dus verklaren waarom er geen huisplattegronden zijn gevonden. Overigens was er ten tijde van de Romeinen niet alleen rondom het Pieterskerkhof burgerlijke bewoning, ook ten westen van het Romeinse castellum heeft een deel van de vicus gelegen en wel ter hoogte van de huidige Lijnmarkt en Boterstraat.

Twee kindergraven

Over wat er met het Utrechtse castellum en de vicus gebeurde nadat de Romeinen vanaf het laatste kwart van de derde eeuw nog slechts af en toe in de grenszone aanwezig waren, is niet veel bekend. Slechts enkele archeologische vondsten lijken erop te wijzen dat, hoewel het aantal mensen sterk afnam, er in Utrecht wel bewoning bleef. De belangrijkste daarvan werd in 1982 gedaan op het Pieterskerkhof toen er drie graven werden aangetroffen die gedateerd konden worden in de eerste helft van de vijfde eeuw. Dus kort nadat de Romeinen het castellum langs de Rijn definitief verlieten. In twee gevallen bleek het om kinderen te gaan die bijzondere grafgiften hadden meegekregen, waaronder glazen kommetjes, kammen, werpbijlen en ijzeren messen. Daarmee behoren ze tot de negen rijkste kindergraven die in Europa uit deze periode zijn gevonden. De kinderen waren ongeveer tien en elf jaar oud toen ze overleden en zijn volgens een C14-datering tussen het jaar 410 en 443 begraven. Dat de graven slechts enkele honderden meters van het Domplein lagen verwijderd, maakt het aannemelijk dat zij in het voormalige castellum woonachtig zijn geweest. Hoorden zij bij een (Frankische?) elitegroep die gebruik had gemaakt van het machtsvacuüm dat de Romeinen achterlieten?

Sporen van brons

Los van deze graven, zijn er geen vroegmiddeleeuwse bewoningssporen meer gevonden rondom de Pieterskerk. Het lijkt erop dat het gebied pas weer in het midden van de elfde eeuw in gebruik is genomen toen daar de Pieterskerk werd gebouwd. Bij deze Romaanse kruisbasiliek hoorde een immuniteitsterrein dat werd omsloten door de toenmalige rivier de Rijn in het noorden en een aantal sloten ter plaatse van Achter Sint-Pieter en de Kromme Nieuwegracht. Net als bij de Janskerk verrezen op dit immuniteitsterrein claustrale huizen waar de kanunniken van het kapittel woonden. Tijdens een opgraving in 2006 kwamen er op het Pieterskerkhof twee bijzondere smeltovens tevoorschijn die overduidelijk verwezen naar het geestelijk verleden van dit terrein. Gezien de materiaalresten rondom de dertiende-eeuwse ovens was er namelijk brons gesmolten. En dat vlak naast de kerk. Waar kon dit anders voor gebruikt zijn dan voor het smelten van het brons voor de klokken die in de twee Romaanse torens hebben gehangen? Vóór de vijftiende eeuw was het namelijk gebruikelijk kerkklokken ter plaatse te gieten, zodat een risicovol en zwaar transport kon worden vermeden. Later zou dit vanwege brandgevaar worden verboden. Van de gegoten klokken zelf ontbreekt helaas elk spoor. Ze zullen wel zijn afgevoerd toen de torens in de grote wervelstorm van 1674 beschadigd raakten en kort daarop werden gesloopt.

3D model van de Pietserskerk

Meer verhalen uit de Romeinse tijd

Vondsten uit de Romeinse tijd

Bij archeologisch onderzoek in Leidsche Rijn, vlak naast Castellum Hoge Woerd (gemeente Utrecht).

Romeins schip in museum

Romeinse schip De Meern 1

De Meern 1 is het meest compleet bewaarde Romeinse rivierschip dat in Noordwest-Europa.

Een Romeinse brug in Rijnvliet

In 2018 vonden archeologen een Romeinse brug in Rijnvliet

Rondom de Plompetorengracht

In de ruim tweehonderd archeologische opgravingen die er sinds 1972 is er veel over het leven in de stad bekend geworden.

Rondom de Pieterskerk

De archeologische sporen rondom de Pieterskerk doorsnijden de gehele Utrechtse geschiedenis.

De ballistapijl van De Meern

De vondst van de pijl is van grote waarde voor de internationale archeologie en werpt nieuw licht op de Romeinse legeruitrusting.

Het Domplein

Archeologische opgraving op het Domplein in 1936.