Het Duitse Huis

Ridders op een Romeins grafveld

Dat archeologisch onderzoek vaak onvoorspelbare vondsten oplevert, werd weer eens duidelijk tijdens de opgraving die in 2007 net ten zuiden van het Duitse Huis werd uitgevoerd. Al jaren waren de Utrechtse archeologen op zoek naar de Romeinse grafvelden die rondom het legerkamp (castellum) op het Domplein gelegen moeten hebben. In de 250 jaar dat de Romeinse soldaten daar gelegerd waren, moeten er al snel enkele honderden, of misschien zelfs wel enkele duizenden mensen in de buurt van het legerkamp zijn begraven. Maar van de Romeinse dodenakkers ontbrak elk spoor. Tot 2007 dus, toen tot grote verbazing van de onderzoekers er op een middeleeuws kloosterterrein ineens Romeinse urnen in het zicht kwamen. Aan de hand van het meegegeven aardewerk konden drie van de acht gevonden graven gedateerd worden tussen de jaren 40 en 70 na Chr. Deze mensen waren dus gecremeerd in de periode dat het castellum er nog maar net stond. Misschien hadden ze zelfs nog geholpen het fort te bouwen. En als dat inderdaad het geval was, waren dus de stoffelijke resten van de allereerste Utrechters gevonden. Uit de andere aangetroffen graven kon worden afgeleid dat het grafveld voor langere tijd in gebruik is geweest. Zo kwam er een kinderskeletje uit het zand tevoorschijn, dat ergens tussen 180 en 275 na Chr. ter aarde moet zijn besteld. Uit de grafgiften die het ongeveer zes maanden oude kindje had meegekregen, sprak duidelijk het verdriet dat de ouders gehad moeten hebben. Zo stonden er drie kleine aardewerken potjes in het graf, waar misschien wel voedsel in gezeten heeft. Ook had het kindje een amulet meegekregen dat bestond uit vier kleine symbolische voorwerpen. De mooiste daarvan was een ijzeren ring met een glazen steentje waarop een engeltje (cupido) op een dolfijn was gegraveerd. Deze voorstelling stond in die tijd symbool voor een goede overgang van de overledene naar het hiernamaals. Ouderliefde die ruim 1800 jaar later nog steeds het hart raakt.

Militairen in een klooster

Zonder het te weten, bouwden de ridders en priesters van de ┬┤Hospitaalorde van St.-Marie der Duitsers┬┤ hun klooster dus ruim duizend jaar later bovenop een Romeins grafveld. Op hun beurt zouden deze middeleeuwse geestelijken ook weer veel sporen nalaten. En dan niet alleen in de grond van het kloosterterrein, maar vooral ook in de mortel en steen van het prachtige kloostergebouw dat zij in 1348 bouwden. Aan de hand van de uitkomsten van het bouwhistorisch onderzoek, dat in de jaren negentig van de twintigste eeuw door de gemeente Utrecht is uitgevoerd, kan zowel de oorspronkelijke opzet van het kloostergebouw worden gereconstrueerd als alle veranderingen die de geestelijken in de loop der eeuwen nodig achtten. Ook de sporen van de verwoestende werking van de wervelstorm uit 1674 zijn duidelijk aan het kloostercomplex af te lezen. Van de zwaar beschadigde kloosterkerk bleef namelijk alleen de sacristie behouden. Maar wie goed kijkt, kan daar de aanzet van de kerkgewelven nog steeds zien zitten. Het zijn de littekens die het kloostergebouw in de loop der eeuwen heeft opgedaan. Ook de grote veranderingen die werden doorgevoerd toen het gebouw als militair hospitaal in gebruik werd genomen, zijn duidelijk afleesbaar. Dat gebeurde in 1811 toen de toenmalige Franse regering het gebouw opeiste en de Ridderlijke Duitse Orde moest uitwijken naar een pand aan de Nieuwegracht. Tijdens het bewind van koning Willem I van het in 1813 opgerichte Koninkrijk der Nederlanden zou die functie worden gehandhaafd en zou bovendien het voor die tijd zeer moderne hospitaalgebouw langs het Geertebolwerk worden gebouwd. Toen in 1990 het militair hospitaal naar de Uithof verhuisde, nam na een grote restauratie de Duitse Orde in 1995 weer haar intrek in het vijftiende-eeuwse Commandeurshuis op de hoek van de Springweg en de Walsteeg. De overige gebouwen van het complex zijn sinds 1999 in gebruik bij Grand Hotel Karel V. Een naam die overigens verwijst naar de jaren 1546 en 1547 toen keizer Karel V in het Duitse Huis logeerde. Tijdens de restauratie is de veertiende-eeuwse gotische trapgevel van het hoofdgebouw, die in 1700 werd afgeknot, weer in ere hersteld. En daarmee heeft het Duitse Huis weer de allure, zoals de ridders het in 1348 bedoeld hadden.

Meer verhalen uit de vroege middeleeuwen

Werkplek van een opgraving

Archeologen vinden dertien eeuwen bewoning in de Utrechtse wijk Zuilen

Archeologen van de gemeente Utrecht vinden bewijs voor dertien eeuwen geschiedenis.

Opgraving van een vroegmiddeleeuws schip

Een vroegmiddeleeuws schip ontdekt

Tientallen mooie objecten en duizenden kleine vondsten.

Rondom de Jacobikerk

In 1974 werden er bij de Waterstraat, vlakbij de Jacobikerk, twee middeleeuwse schepen gevonden.

Rondom de Pieterskerk

De archeologische sporen rondom de Pieterskerk doorsnijden de gehele Utrechtse geschiedenis.

Rondom de Paulusabdij

Sporen van een middeleeuws klooster.

Rondom de Nieuwe Kamp

Hoe hoger de Domtoren tijdens de bouw in de veertiende eeuw werd, des te mooier zal het uitzicht zijn geweest dat de werklieden op de houten steigers hadden.

Het Duitse Huis

Ouderliefde die ruim 1800 jaar later nog steeds het hart raakt.

Eten in de vroege middeleeuwen

Hertenpoten, hoppenbier en hamburgers. Zevenduizend jaar eten en drinken in Utrecht.

Excalibur uit de modder

Een bijzonder vroegmiddeleeuws zwaard uit de Kromme Rijn.

Oude nederzetting in utrecht

Een middeleeuws dorp aan de Oudwijkerdwarsstraat

Onverwacht op bewoning uit de zevende en achtste eeuw na Christus gestuit.