De ballistapijl van De Meern

Een vondst met impact

Daar zit je dan, met je knieën op de originele oever van de Heldammer rivier. Even ga je terug in de tijd: het is ergens tussen 40 en 100 na Christus. Romeinen hebben het gebied aan de overzijde van de rivier onder controle. Je blik dwaalt af naar het gereconstrueerde castellum aan de overkant. De rivier stroomt weer, er is reuring op de torens.

De opwinding brengt je blik echter snel weer terug op het zojuist gegraven gat onder je. Met grote verbazing laat je schep en metaaldetector vallen. Je snapt vrijwel direct wat er onder je voeten ligt. Het zal toch niet? Het lijkt te mooi om waar te zijn. Verder graven! Iemand een troffel!? Je roept je collega’s om te helpen, maar meer nog om de aanstaande en spectaculaire ontdekking te delen. Je stuitert. Het opgravingsteam stuitert. Het lijkt er namelijk steeds meer op dat het staat te gebeuren.

Uitgesteld feestje

En dan moet je twee jaar wachten. En geloof het maar, dat is lang voor een archeoloog. Archeologen zijn uiteindelijk verhalenvertellers, en met een vondst als deze is twee jaar stil zwijgen nauwelijks te doen. Eerst moet de vondst goed worden schoon gemaakt, daarna in detail worden gedocumenteerd en vervolgens worden geconserveerd en gerestaureerd. Daarna moet opnieuw alles tot in detail worden vastgelegd en vervolgens moet je voor je je conclusies trekt driedubbel checken of de vondst nu echt wel zo uniek is. Archeologen gebruiken het woord ‘uniek’ immers maar al te graag. Maar dan weet je ook met zekerheid wat je in handen hebt. En met de onlangs in de pers breed uitgemeten vondst is er echt geen ontkomen meer aan: we hebben een vondst van wereldformaat!  Dat idee was er al direct tijdens de opgraving, want door het vinden, vergelijken en beschrijven van inmiddels duizenden Romeinse metalen voorwerpen in Utrecht, en in het bijzonder in Leidsche Rijn en Vleuten-De Meern, weet je het langzamerhand wel . En doordat je het weet, voorzie je de impact.

Natte context

Met systematisch toegepast metaaldetectie onderzoek speuren archeologen van de gemeente Utrecht voortdurend naar metalen objecten in machinaal verdiepte grondlagen. Speciale aandacht is er bij opgravingen in de zogeheten natte contexten. De voormalige Romeinse Heldammer rivier is zo’n natte vondstcontext. Doordat objecten diep en altijd in natte klei hebben gelegen, afgeschermd van zuurstof, zijn ze vaak uitzonderlijk goed bewaard gebleven. En dat geldt ook voor organisch materiaal zoals hout.

Ook eerdere opgravingen in aangrenzende gedeeltes van de voormalige Romeinse rivierloop hebben al heel wat bijzondere en soms ook uiterst zeldzame vondsten opgeleverd. Enkele voorbeelden zijn de resten van de Romeinse schepen De Meern 6 en 7, een laat-Romeins langzwaard (spatha) met resten van de houten schede, en een compleet met de houten schacht bewaard gebleven speer met de inscriptie ‘Verax’.

De ontdekking

Omdat er nogal eens kwetsbaar vondstmateriaal beschadigd tijdens een opgraving, gaan we voorzichtig te werk op archeologische hotspots zoals hier aan de Kuinderboslaan ter hoogte van de noordoever van de Heldammer rivier, recht tegenover het Romeinse fort op de Hoge Woerd.

De metaaldetector gaf een vol signaal dat duidde op een fors ijzeren object. Altijd spannend. De eerste schopsteek is altijd ondiep en ruim naast de locatie van het signaal. Zo werk je laagsgewijs van buiten naar binnen. Met het aanzwellende geluid van de metaaldetector kun je steeds beter bepalen hoe groot een object is en ook hoe diep het ligt. In het geval van deze vondst was een bijkomend voordeel dat je eenvoudig met de hand of een onscherpe troffel het losse natte zand rondom het object kon weggraven. Het object lag namelijk in grindrijk beddingzand, direct naast oeverafzettingen. Na een tweetal ondiepe schopsteken en wat handjes zand te hebben weggehaald, kwam als eerste de scherpe ijzeren punt van een pijl tevoorschijn. De piramidale en massieve vierkante kop liet zich direct kwalificeren als een geschutspijlpunt van het zogeheten Bodkin-type.  Dit klassieke type pijlpunt is tot ver in de late middeleeuwen bij kruisbogen gebruikt. Hij is ontworpen om op afstand en met hoge snelheid schilden, bepantsering en kleding te doorboren. Losse ijzeren pijlpunten van dit type worden regelmatig gevonden, maar aan de Kuinderboslaan bleek al snel dat we hier iets heel bijzonders hadden aangetroffen. Naarmate de zeer goed bewaarde pijlpunt verder bloot kwam te liggen, kwam aan de achterzijde een smalle en lange donkere verkleuring in het zand aan het licht. De houten pijlschacht! Wat was dit spannend! We weten dat complete geschutspijlen uit de Romeinse tijd zijn niet of nauwelijks bekend zijn. Er zijn slechts zeldzame gevallen bekend waarbij hooguit een klein stukje hout van de pijlschacht in de holle ijzeren schacht bewaard is gebleven. Zelfs veel jongere complete geschutspijlen, zoals kruisboogpijlen uit de middeleeuwen, zijn van de allergrootste zeldzaamheid.

Het zal toch niet?  Drie hebberige archeologen op hun knieën, gravend met troffel en vingers, centimeter voor centimeter. Het leek wel alsof het een dag duurde, maar opeens lag hij daar, onbeschadigd: een unieke complete Romeinse ballistapijl.

Ballista

De ballista was een Romeins torsie-artilleriewapen en was net als alle andere artilleriewapens uit de oudheid een katapult; een wapen dat gebruik maakt van mechanische energie om projectielen weg te schieten. Waar eerst voornamelijk grote stenen projectielen in combinatie met grote zware katapulten werden gebruikt, ontwikkelde de ballista zich gedurende de Romeinse tijd tot compact geschutswapen waarmee speren of pijlen konden worden afgevuurd. Deze projectielen gingen dwars door ijzeren pantsers heen, waardoor ze geduchte wapens werden op het slagveld. Door de steeds snellere herlaadtijd van dit geschut wordt door kenners ook wel gesproken van de ‘Romeinse mitrailleur’.  Uiteindelijk ontwikkelde de kleinste Romeinse ballista, de manu- of arcuballista, zich tot de handkruisboog uit de middeleeuwen.

Al worden ze niet vaak gevonden, losse ijzeren pijlpunten van geschutspijlen zijn niet heel zeldzaam. Zo werden in Vleuten-De Meern eerder al twee goed vergelijkbare ijzeren punten van ballistapijlen gevonden. Exemplaren uit de Romeinse tijd komen in tegenstelling tot de vele bekende exemplaren uit de middeleeuwen, wel een stuk minder vaak voor.

Dura Europos

Dat de complete ballistapijl uit De Meern vooralsnog als uniek mag worden beschouwd getuigt het feit dat er tot op heden slechts één andere complete ballistapijl uit de Romeinse tijd werd teruggevonden. Dit jongere exemplaar, gedateerd in het derde kwart van de vierde eeuw na Christus, werd samen met een groot aantal losse ijzeren pijlpunten en fragmenten van houten pijlschachten gevonden tijdens opgravingen  die plaatsvonden tussen 1922 en 1937 in de antieke stad Dura Europos (Syrië). Deze pijl laat zich, ondanks het verschil in datering, qua vorm en lengte goed vergelijken met de ballistapijl uit De Meern.

De beide houten schachten bezitten op het achterste gedeelte een verdikking met aan het uiteinde twee afgeschuinde vlakken met verticaal einde. Deze verdikking hielp niet alleen om de krachtige stuwkracht van de boogpees van de katapult te absorberen, maar fungeerde ook als een aerodynamisch tegengewicht om hem tijdens de vlucht stabiel te houden. De stabiliteit werd verder geholpen door korte houten vinnen.  Dat gold in elk geval voor het exemplaar van Dura Europos. Ondanks grondig onderzoek aan de pijl van De Meern, waarbij zelfs een CT-scanner is ingezet, zijn nog geen duidelijke aanwijzingen voor bevedering met houten vinnen gevonden. Dit wil niet zeggen dat de pijl van De Meern niet bevederd kan zijn geweest. Na de conservering en restauratie van de pijl werd op enkele centimeters voor de afgeschuinde achterzijde een spoor gevonden van een glimmende en harsachtige substantie die duidelijk in dezelfde smalle baan rondom de houten pijlschacht loopt. Zijn dit de sporen van lijm voor de bevestiging van veren? Het is uitermate spannend wat het vervolgonderzoek hierover nog gaat uitwijzen.

De pijl uit Dura Europos werd overigens in complete staat gevonden, maar de ijzeren pijlpunt is kort na het bergen van de houten schacht gescheiden geraakt. Nadien kon de juiste bijbehorende pijlpunt niet meer worden geïdentificeerd. Dit maakt dat het exemplaar uit De Meern de enige compleet bewaard gebleven Romeinse ballistapijl op de wereld is!

Datering

Er is weinig onderscheid te maken tussen ijzeren Bodkin-pijlkoppen van decompactere Romeinse katapulten en die van de latere middeleeuwse kruisbogen. Dat maakt een nauwkeurige datering voor resten van dit soort geschutspijlen zonder een zuivere archeologische vondstcontext onmogelijk. De vondstcontext van de ballistapijl uit De Meern maakt de vondst daarom extra bijzonder. Op  basis van de samenhang met andere goed dateerbare vondsten uit dezelfde rivierafzettingen kan worden verondersteld dat de ballistapijl ergens tussen 40 en 100 na Christus dateert. De richting waarin de pijl werd teruggevonden wijst erop dat hij waarschijnlijk vanaf het castellum zal zijn afgeschoten en aan de overkant van de rivier is terechtgekomen. Zou het kunnen zijn dat dit is gebeurd tijdens de beruchte Bataafse opstand in 69 na Christus?

Impact

De vondst van de pijl is van grote waarde voor de internationale archeologie en werpt door de complete staat en de uitermate goede conservering nieuw licht op de Romeinse legeruitrusting. Het mag duidelijk zijn dat de vondst daarmee een grote indruk heeft gemaakt op de opgravers aan de Kuinderboslaan in 2019. Een vondst om nooit meer te vergeten.

Meer verhalen uit de Romeinse tijd

Vondsten uit de Romeinse tijd

Bij archeologisch onderzoek in Leidsche Rijn, vlak naast Castellum Hoge Woerd (gemeente Utrecht).

Romeins schip in museum

Romeinse schip De Meern 1

De Meern 1 is het meest compleet bewaarde Romeinse rivierschip dat in Noordwest-Europa.

Een Romeinse brug in Rijnvliet

In 2018 vonden archeologen een Romeinse brug in Rijnvliet

Rondom de Plompetorengracht

In de ruim tweehonderd archeologische opgravingen die er sinds 1972 is er veel over het leven in de stad bekend geworden.

Rondom de Pieterskerk

De archeologische sporen rondom de Pieterskerk doorsnijden de gehele Utrechtse geschiedenis.

De ballistapijl van De Meern

De vondst van de pijl is van grote waarde voor de internationale archeologie en werpt nieuw licht op de Romeinse legeruitrusting.

Het Domplein

Archeologische opgraving op het Domplein in 1936.