Het uurwerk van de Domtoren

Het uurwerk in de Domtoren stamt uit 1859 en is gemaakt door A. Borrel. Het wijzerwerk staat bekend als het grootste mechanische wijzerwerk van Nederland.

Het uurwerk uit 1859 vervangt het speel- en uurwerk dat Frederik Coenraadsz Moll uit Vianen tussen 1612 en 1617 maakte.

In 1857 kreeg de Parijse uurwerkmaker J. Wagner Nepveu de opdracht om een groot uurwerk voor de Dom te maken. Wagner Nepveu had in Utrecht al een goede naam. In 1840 had hij al een uurwerk in politiepost Wittevrouwen geplaatst. Dit uurwerk liep naar volle tevredenheid.

A. Borrel

Tijdens het maken van het Domuurwerk deed Wagner Nepveu de zaak over aan A. Borrel. Borrel is daarmee de boeken ingegaan als de maker van het uurwerk.

Bij de plaatsing van het uurwerk in de toren moet een belangrijke taak zijn weggelegd voor J.A. Haak. Haak was in die tijd horloger in Utrecht. Zijn naam staat vermeld op een koperen plaat aan het uurwerk.

Zeldzame verfijning

Het gaande werk is van een zeldzame verfijning. Zo heeft de slinger een temperatuurcompensatie. Bij warm weer zet de slingerlens uit. Het uurwerk zou daardoor te snel of te langzaam gaan lopen. Een wipconstructie met een uitzettende koperen staaf compenseert de grotere slingerlens. Het uurwerk blijft daardoor gelijkmatig lopen.

Verder heeft het uurwerk een 'force constante'. De kracht op het tikrad is daardoor altijd hetzelfde en bijzonder klein.

Loden staven dienen als gewicht om het uurwerk gaande te houden. Deze worden automatisch opgehesen.

Nauwkeurig

Al direct na de bouw gold het Domuurwerk als een van de nauwkeurigste van het land.

Het gaande werk zet elk kwartier de speeltrommel van het carillon in werking. De speeltrommel is in 1664 gemaakt door Jurriaan Sprakel. De speeltrommel staat 35 meter hoger opgesteld dan het uurwerk.

Na beëindiging van de melodie voor het hele of het halve uur activeert het Borrel-uurwerk 1 van beide slagwerken. Op de halve uren slaat de kleine klok om te waarschuwen dat het over een half uur bijvoorbeeld 12.00 uur zal zijn. Op de hele uren slaat een grote klok.

Luidzolder

Het uurwerk staat opgesteld op de luidzolder op een hoogte van 40 meter. Daarvandaan loopt de wijzeras naar het wijzerwerk in de 'Kap Beierij' op 50 meter hoogte.

Kap Beierij

In de Kap Beierij komen alle assen van de 4 wijzerplaten samen. De Kap Beierij is een soort huisje in de toren om de boel droog te houden.

Oorspronkelijke opzet

Na een grondige studie is in 2004 het uurwerk en het wijzerwerk gerestaureerd naar de oorspronkelijke opzet uit 1859. Zo zijn bijvoorbeeld de originele slinger met gewichten weer werkend gemaakt.

De restauratie van het uurwerk is gedaan in de werkplaats van Nationaal Museum van Speelklok tot Pierement te Utrecht. Speelklok is daarbij geholpen door de firma Eijsbouts uit Asten, specialist in de restauratie van torenuurwerken.